07-08-09 -
Als de Bentley Boys van de 21e eeuw nemen de leden van de Mercedes-Benz SLR Club het op tegen elkaar én tegen voormalige Formule 1-piloten als Jean Alesi en Jochen Mass. Frank Kloppert woonde een race bij op het thuiscircuit van de club, Paul Ricard.
‘Gentlemen Racers’ is een begrip uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Een groep kapitaalkrachtige mannen kocht zich in bij
Bentley, trok met hun Blowers kris-kras door Europa langs de racecircuits en eiste als ‘The
Bentley Boys’ tal van overwinningen voor zich op. Sindsdien zijn er altijd mannen geweest die zich inkochten in raceteams om met vaak bijzondere raceauto’s te strijden om de eer van de snelste. Het heel houden van de auto en het eigen lijf waren daarbij niet onbelangrijk. Dat de gemiddelde snelheid soms iets lager lag dan die van professionele coureurs wordt op de koop toegenomen.
NET ALS WE IN DE BANDENSTAPELS DREIGEN TE EINDIGEN, BLIJKT HUMMEL TOCH TE REMMEN
Hard gaanDat Gentleman Racers nog altijd bestaan blijkt wel uit het feit dat automerken regelmatig - en vanuit diverse gedachten - Supercups starten voor deze doelgroep.
Mercedes-Benz riep bijvoorbeeld de SLR Club in het leven, met als stralend middelpunt de nieuwe SLR McLaren 722 GT. Hard gaan is niet het enige doel van dit gremium, zoals de instructies duidelijk vermelden: “Driving like a Gentlemen is a principle that SLR Club members uphold above all others. Gentlemen drivers take to the Wheel with passion and intensity, but always fully aware of their limitations. They are fair to fellow competitors and make use of the best professional support at their disposal.”
Meer dan geweldig
Zelden is een dergelijk initiatief professioneler aangepakt dan door Mercedes met de SLR Club. De club kent een eigen, opvallend luxueus onderkomen op het Franse Formule 1-Circuit Paul Ricard Le Castellet, eigendom van Bernie Ecclestone. Tijdens de races is de aankleding meer dan geweldig, alle pitboxen zijn volledig in SLR-outfit gestoken en iedere rijder wordt bijgestaan door een team van zes mecaniciens.
MET EEN DRUK OP DE KNOP LAAT HUMMEL EEN OORDOVEND KABAAL LOSBARSTEN
Getrainde amateurs
In het eerste operationele jaar van de Trophy 722 GT telde de wedstrijdreeks zeven Gentlemen Racers en zes professionele coureurs. Die laatste groep wordt betaald door Mercedes en vier leden van dit zestal rijden telkens mee in de race. De Gentlemen Racers zijn redelijk getrainde amateurs, die behalve zes lange weekenden ook per seizoen 200.000 euro inschrijfgeld kwijt zijn.
Onderling
Het gezelschap is internationaal en er rijdt ook een Nederlander mee, vastgoedman Klaas Hummel. Verder de Kroatische en Koeweitse Mercedes-importeur, een Zwitserse reder en een eveneens Zwitserse investeerder, van wie moet worden aangenomen dat deze Cup niet zijn beste, maar beslist zijn leukste belegging is. Ook een Deense expert in oildrilling rijdt mee. De heren doen onderling (nog) geen zaken, maar bouwen wel een zeer vriendschappelijke band op.
DIT JAAR WAS IN ELK GEVAL EEN GEWELDIGE GENERALE REPETITIE
Mass
De beroepscoureurs hebben vooral als taak om de Gentlemen Racers te begeleiden en naar een hoger niveau te tillen. Dat het hier niet de eerste de beste beroepscoureurs betreft, zegt wel iets over het aspiratieniveau dat
Mercedes-Benz met de SLR Club heeft. Wat te denken van mannen als de ex-Formule 1-coureurs Jean Alesi en Jochen Mass, alsmede DTM kampioen Klaus Ludwig? Mass is de man op wie ik altijd enorm jaloers was, omdat hij in de Mille Miglia de vaste bestuurder was van de originele Mercedes 300 SLR met nummer 722.
Moss
In die auto reed Stirling Moss in 1955 het nooit meer geëvenaarde record van 10 uur, 7 minuten en 10 seconden. Een gemiddelde snelheid van 153 km/h over 1.600 kilometer. De 722 is helaas het Mercedes-museum in verdwenen en Mass verschijnt nu aan de start met de Mercedes 658. Een ex-Fangio-racer en een ook zeer begerenswaardig automobiel. Volgens Mass rijdt de 658 nog iets prettiger door de wat kortere wielbasis, maar dit terzijde.
‘Tweedehandsje’
De Gentlemen Racers van de SLR Club rijden ieder een auto die ze zelf aangeschaft hebben. Nieuw, of met enige kilometers op de teller. Aangezien de SLR McLaren 722 GT net op de markt is, is het trouwens maar de vraag of er überhaupt ergens een ‘tweedehandsje’ te vinden zal zijn. De meeste deelnemers hebben dan ook een nieuwe gekocht. Zonder belastingen, want de raceauto’s gaan nergens de openbare weg op.
400 onderdelen
De standaard auto wordt na aanschaf naar Engeland verscheept, alwaar de bekende Le Mans-preparateur Ray Mallock (RML) hem fors onder handen neemt. Ten eerste wordt er een groot aantal onderdelen afgehaald, wat de eigenaar een restitutie van zo’n 60.000 euro oplevert. Dat bedrag wordt keurig teruggestort. Vervolgens wordt de auto onder handen genomen en na betaling van 350.000 euro is de GT versie gereed voor gebruik op het circuit. In totaal zullen er maximaal 21 van deze Special SLR versies worden gebouwd. De auto kent twee zitplaatsen en is voor een belangrijk deel uit het lichte carbonfiber opgetrokken. Maar liefst 400 onderdelen zijn gespecificeerd voor de raceauto en vervangen de ‘standaard’ onderdelen.
Indrukwekkende faciliteiten
In 2008 zijn er zes races verreden. Waarvan twee op het thuiscircuit Paul Ricard, een op Monza, een op Spa Francorchamps, een op de Salzburgring en een op de Nürburgring. Er wordt uitgebreid getraind; indien de Gentleman Racers dat wensen staan de auto en het circuit van Paul Ricard hen dagelijks ter beschikking van 17.00 tot 19.00 uur. Niettegenstaande die indrukwekkende faciliteiten, laat de agenda van de heren het hen niet toe om veel te trainen. Dat valt tijdens de races in elk geval nog op.
Echt talent
Hardrijden is toch een echt vak. De profs nemen tijdens de race een grote voorsprong en gevieren strijden ze op vriendschappelijke wijze om de eerste positie. De Gentleman Racers volgen op enkele honderden meters afstand en eigenlijk slaagt alleen de Nederlander Klaas Hummel erin om af en toe aan te haken bij de achterbumper van de op de vierde plek rijdende prof. Een prestatie waar ook de professionele coureurs zelf zeer enthousiast over zijn. Jochen Mass is in elk geval goed te spreken over de progressie die Hummel heeft gemaakt. Hij noemt de Nederlander een echt talent. “Als hij dat zou wensen, heeft Klaas Hummel zeker mogelijkheden in de lange afstand racerij,” meent Mass.
Geramd
Mercedes-Benz wil de groep Gentlemen Racers in 2009 uitbouwen naar twaalf coureurs. Het merk met de ster is erg enthousiast over de mogelijkheden die de groep biedt. De sfeer mag dan vriendschappelijk zijn, er is zeker sprake van een echte competitie. Dit blijkt ook als in de laatste bocht van de eerste race Klaas Hummel geramd wordt door Horst Neuber.
Seizoensoverwinning
Beiden verspelen een podiumplek, beschadigen de neuzen van hun auto’s en horen reparatiekosten van al snel enkele tienduizenden euro’s noemen. Toch slaan de heren elkaar na afloop van de race vriendschappelijk op de schouder, hoewel voor Hummel (die eerste zou zijn geworden) de druiven toch wel zuur zijn. Hij is er nonchalant over: “Ach, het is maar een spelletje en de seizoensoverwinning kan me toch niet meer ontgaan, ik ben niet meer in te halen.”
Feest
Na de race blijf ik met het gevoel rondlopen dat de Gentleman Racers hier en daar toch wel wat meer gas hadden kunnen geven. Ook door het grote verschil met de profs ziet het er (te) rustig uit. Na afloop nodigt Hummel me echter uit voor een paar rondjes over het circuit. Ik krijg eerst een race- overal aan, alsmede kekke raceschoenen, een balaclava en een helm. Daarna word ik op de bijrijdersplaats vastgegespt in een vijfpunts safetybelt en dan kan het feest beginnen. Met een druk op de knop laat Hummel een oordovend kabaal losbarsten en langzaam rollen we de box uit en de pitlane in. Dan een flinke schop op het gas en de auto schiet als losgelaten uit een katapult op de eerste bocht af.
Achtcilinder
Net als ik verwacht voor het eerst van mijn leven in de bandenstapels te gaan eindigen, blijkt Hummel toch nog te willen remmen en nemen we de bocht bijna volledig over de kerbstones. Het heeft geen zin om te zeggen dat het wat mij betreft best wat rustiger mag, want wat ik te melden gaat volledig verloren in mijn helm en de stof van het mutsje daaronder. Zo gaan we het circuit rond. De gedachte die ik zo-even nog had om wat extra gas te gaan geven, laat ik nog even passeren. Ik zou echter bij God niet weten wáár dat dan precies zou moeten. Na drie ronden zoeken we de pits weer op kan ik nog net als Gentlemen de auto verlaten. Dit is serieus, de SLR is een heel brute en heel echte racewagen, die in 3,3 seconden de honderd weet te halen en op lange stukken graag 315 echte kilometers op de klok zet. De 5,5 liter achtcilinder heeft er hoorbaar plezier in en levert bepaald niet geruisloos 680 pk af.
SLR-sfeer
Het wonderbaarlijke is dat bij betreding van het Paul Ricard-circuit alles op Formule 1-niveau is aangekleed. Naast het hoofdgebouw, waar de pits en boxen zijn ondergebracht, staat een rij Gullwings en 300 SL’s, aan de andere zijde de nieuwe SLR en de nieuwe 722 S Roadster. De grote, hoge hal is geheel in SLR-sfeer, evenals de gang naar de pits. Iedere pitsbox is in stijl, op grote displays staan de Coupe en Roadster wederom opgesteld. Bij zo’n aankleding verwachten we duizenden mensen publiek, maar tot onze verbazing gaat het slechts om enkele tientallen. De helft van de aanwezigen zijn mecaniciens, dan een twaalftal coureurs, enkele officials van Mercedes, wat vrouwen van de rijders, enige vrienden en wat catering. Dat is het.
SchoudersWanneer ik daar mijn gemengde verbazing en bewondering over uitspreek tegenover de Mercedes-organisator Detlef Barthelmes - tevens Directeur Marketing en Sales
Maybach (de shuttle auto van en naar het hotel) en SLR - haalt hij bescheiden de schouders op. “Hoeveel mensen er komen maakt ons niet uit, wij hebben onze standaard en die is zeer hoog. Dit is een probeerjaar, het gaat heel goed maar dat wisten we natuurlijk niet van te voren. De rijders ontwikkelen zich prima en er is een daadwerkelijke competitie. Ook de combinatie met de professionele coureurs werkt heel goed.
Generale repetitieJa, volgend jaar zijn we klaar om veel massaler naar buiten te treden en dan gaan we de SLR Club ook inzetten als relatie-instrument voor
Mercedes-Benz. Om te laten zien waartoe we in staat zijn. Ook begint er belangstelling te komen van allerlei race-events die de SLR Club graag binnen hun poorten willen halen. We zullen wel zien hoe we dat gaan doen. Dit jaar was in elk geval een geweldige generale repetitie.”