27-03-10 -
Vooral bij autokenners zorgt de, van buitenaf zichtbare, zilveren Mercedes W25-racer in het Audi-museum in Ingolstadt voor verwarring. Een Mercedes bij Audi? Jazeker.
Enige Mercedes-racers uit de jaren dertig zijn in Audi’s Museum Mobile in Ingolstadt ‘te gast’ bij hun grootste rivalen van weleer: de Auto Union Silberpfeile, zoals de beroemde C- en D-typen. Het is het resultaat van een unieke samenwerking bij een even unieke tentoonstelling: ‘Familiensilber’. Stefan Felber, verantwoordelijk voor speciale exposities bij
Audi Tradition, Audi’s historische afdeling, verklaart: “Het was absoluut geen probleem. Het
Mercedes-Benz Museum zegde meteen medewerking toe; wij hebben alleen transport en verzekering hoeven te betalen. Dat gaat in de klassiekerwereld heel anders dan bij bijvoorbeeld de respectievelijke marketingafdelingen. Het zijn liefhebbers onder elkaar.”
“HET PRESENTEREN VAN DE AUTO UNION-GESCHIEDENIS IS NIET MAKKELIJK”
LegendarischHiermee biedt de expositie ‘Familiensilber’, de laatste speciale tentoonstelling in het kader van ‘100 jaar Audi’, een uniek overzicht van wat er in de jaren dertig door Duitsland aan racemonsters op de baan werd gebracht. Immers,
Mercedes-Benz en Auto Union waren de enige merken die meetelden. Misschien wel de ‘foute’ tijd, maar dat wordt op deze tentoonstelling niet onder stoelen of banken gestoken, noch verheerlijkt. Het gaat gewoon om legendarische auto’s, legendarische rijders en legendarische techniek. Zo staat er bijvoorbeeld een Nachfertigung van een gestroomlijnde racer, die destijds vierhonderd kilometer per uur kon halen. Felber: “Dat kan met deze niet, ondanks de moderne technieken om een dergelijke auto na te bouwen. Hij is namelijk niet gemaakt met het Fingerspitzengefühl dat ze in de jaren dertig wel hadden.”
Aha-erlebnisHoewel Duits-strak ingericht, tegen het klinische aan, is het museum indrukwekkend zonder de bezoeker te overweldigen. De variabele indeling door middel van beweegbare panelen zorgt zowel voor een continue Aha-erlebnis als voor een uitstekende presentatie van de tentoongestelde auto’s. Daardoor word je telkens verrast, zowel door de monsterachtige IMSA-GTO
Audi quattro racer van Walter Röhrl als door een (inmiddels zeldzaam geworden) kleine
Audi 50. Vanzelfsprekend zijn de andere Auto-Union-merken Horch, Wanderer en DKW ook ruim vertegenwoordigd.
Highlight van het cirkelvormige museum (Henn Architekten, München, 2000) is een veertig meter hoge paternoster, die alledrie de etages bestrijkt. Hierop draaien veertien auto’s permanent rond in een cyclus van circa vijftien minuten. Op de bewegende stellage staan tijdens ons bezoek recente
Audi-prototypen, zoals de beroemde Avus uit 1991, de Pikes Peak quattro uit 2003 en de Rosemeyer- en Steppenwolf-studies, beide uit 2000.
Maar het meest interessante is natuurlijk altijd datgene wat er zich achter de schermen bevindt; dat wat het publiek niet direct te zien krijgt. Carros kreeg het privilege om een bezoek te brengen aan het museumdepot, dat zich enkele kilometers verderop bevindt in een anoniem gebouw op een zo mogelijk nog anoniemer industrieterrein.
HET MUSEUM IS INDRUKWEKKEND ZONDER METEEN TE OVERWELDIGEN
MalzoniAldaar maken we kennis met de enthousiaste en vriendelijke conservator Thomas Erdmann, die de Auto Union-geschiedenis tot in de kleinste details weet. “Dit zijn de Einsatzfahrzeuge”, zegt hij, wijzend op een dertigtal keurig gepoetste klassiekers, die door
Audi Tradition (in de zomer) voor demoritten of klassiekerrally’s gebruikt worden. Vanzelfsprekend niet de meest zeldzame auto’s, maar wel bijzonder genoeg om het historische gevoel te krijgen, zoals de DKW Junior en 1000 Sp, Wanderer W23,
Audi 80, 100 en natuurlijk enige versies van de oer-quattro. Interessanter daarentegen zijn de
Audi Typ K uit 1921-’22, de eerste linksgestuurde auto in Duitsland, en de onlangs verworven Malzoni. Deze laatste is een speciaal voor de Braziliaanse markt gemaakte sportieve coupé met DKW 1000-techniek, waar er maar 35 van zijn gemaakt.
DE SPORTAUTO’S WORDEN ONDERHOUDEN DOOR AUDI MOTORSPORT
Zes merkenOp een andere etage vinden we de klassieke sportwagens, variërend van een DKW 3=6 in rallyuitvoering tot aan de woeste quattro-kanonnen waarmee Mikkola en Blomqvist in respectievelijk 1983 en 1984 Weltmeister werden. De sportauto’s worden overigens onderhouden door medewerkers van
Audi Motorsport.
Net zo imposant als de rallywagens, maar op een geheel andere manier, zijn de voornamelijk vooroorlogse klassiekers, die ook hun eigen etage in het depot hebben. Hier vinden we onder meer de prachtige Horch 670 V12 uit 1933 (58 gebouwd, twee in het bezit van
Audi Tradition) en de – verloren gewaande – laatste Horch die ooit gebouwd is. Deze auto uit 1953 is nog niet zo lang geleden teruggevonden in Texas. Momenteel is het een geblakerd en roestig geval; over restauratie is nog niet beslist.
Erdmann verzucht dat het presenteren van de Auto Union-geschiedenis niet makkelijk is: “Het gaat om zes merken, inclusief NSU en het merk Auto Union als zodanig. Maar het is wel de moeite waard te laten zien dat vooral het merk
Audi een langere geschiedenis heeft dan veel mensen denken.”