02-10-08 -
Het woord replica heeft voor de liefhebbers van vooral klassieke auto’s een smerige bijsmaak. Dat is op zich begrijpelijk, want cultureel erfgoed kan met goed fatsoen niet gerepliceerd worden. Toch zijn er zonder schroom enkele uitzonderingen te bedenken die een kopie acceptabel maken.
Het merk dat het meest door dit fenomeen geteisterd wordt (of eigenlijk werd, maar daar komen we later op terug) is
Ferrari. Astronomische prijzen sluiten het grootste deel van de liefhebbers uit als het op de aanschaf van deze auto’s aankomt. Replica’s zijn dan een betaalbare optie om toch een droom te kunnen verwezenlijken.
REPLICA’S ZIJN EEN BETAALBARE OPTIE OM EEN DROOM TE KUNNEN VERWEZENLIJKEN
Snoeihard optredenWe moeten hierbij wel direct onderscheid maken tussen koste wat kost in een
Ferrari willen rijden, en het bouwen van een replica om kunstschatten uit de automobielindustrie voor eventuele schade te behoeden. Domweg een
Pontiac Fiero verzagen en beplakken met fiberglas om de buitenwereld te doen geloven dat het een
Ferrari 328 GTB is, valt onherroepelijk in de categorie ‘ik wil wel maar ik kan niet’. Niet doen dus!
Ferrari heeft deze trend dan ook vakmatig de kop ingedrukt en treedt snoeihard op tegen lieden die bouwpakketten aanbieden om ondergeschikte vierwielers om te bouwen tot ogenschijnlijk Italiaanse schoonheden uit Maranello.
Ambachtelijk handwerkEr is echter ook een andere categorie replicaproducenten. Dit zijn vaklieden die met louter originele onderdelen en ambachtelijk handwerk relatief betaalbare auto’s van hetzelfde merk ombouwen tot modellen die op veilingen vele miljoenen euro’s opbrengen. We hebben het dan over creaties die niet door de betreffende fabrikant gebouwd zijn, maar wel voor bijna honderd procent overeenkomen met de originele exemplaren die vaak te exclusief zijn om er mee in actie te komen. Bekende voorbeelden hiervan zijn de
Ferrari 250 GT California Spider en de 250 GTO.
DOMWEG EEN PONTIAC FIERO VERZAGEN EN BEPLAKKEN MET FIBERGLAS... NIET DOEN!
Bescherming
Wanneer een auto nagemaakt wordt om er optimaal van te kunnen genieten zonder dat het originele museumstuk gevaar loopt, is dat toch veel beter te begrijpen. De eigenaar beschikt dan over een exacte kopie van het origineel en ervaart dus precies datgene wat de echte auto zo bijzonder maakt. Toeschouwers hebben in dergelijke gevallen vaak niet eens door dat het om een nepper gaat en denken een museumstuk in actie te zien. Op deze manier wordt op de lokale boulevard niet de illusie gewekt dat de eigenaar een veel duurdere auto rijdt dan hij zich kan veroorloven, maar wordt juist een belangrijk stuk automobiele historie in bescherming genomen.
RisicovolAuto’s als de
Mercedes-Benz 300 SLR, de Auto Union Type C V16 en de
Ferrari 250 GTO zijn onvervangbaar. Racen met deze klassiekers, hoe vermakelijk het ook mag zijn, is te risicovol omdat schadeherstel na een crash tot onherstelbare geschiedvervalsing zal leiden. Vervangende onderdelen zijn namelijk niet meer voorradig dus moeten bij reparatie nieuwe onderdelen vervaardigd worden waardoor de betreffende auto aan originaliteit inlevert. In dat geval kan beter gereden worden met replica’s zodat het origineel in takt kan blijven. Replica’s kunnen zonder schuldgevoel hersteld worden met nieuwe onderdelen want de auto is ten slotte toch al opgebouwd uit minder kostbare componenten of handgemaakte delen die geen historische waarde hebben.
NAAST EEN GROOT AANTAL ZEER SLAPPE AFTREKSELS, ZIJN OOK ENKELE GOED GELIJKENDE REPLICA’S GEMAAKT
Slappe aftrekselsHet ultieme bewijs hiervan replica’s van hierboven genoemde auto’s als de Mercedes 300 SLR waarmee Stirling Moss de Mille Migla won en de Auto Union Type C. De betreffende fabrikanten hebben voor vele miljoenen euro’s exacte, en grotendeels handgemaakte kopieën laten maken om de auto’s in te kunnen zetten zonder de originele exemplaren in gevaar te hoeven brengen. Naast een groot aantal zeer slappe aftreksels, zijn ook van de
Ferrari 250 GTO enkele goed gelijkende replica’s gemaakt. Een voorbeeld daarvan is de hier getoonde groene GTO uit 1964 op basis van een 250 GTE die alleen door kenners als ‘niet echt’ kan worden herkend. De achterschermen en de achterspoiler zijn namelijk net iets te hoog maar verder komt de auto angstig dichtbij de 32 authentieke exemplaren die vele miljoenen euro’s waard zijn.
Verantwoord
Een marktwaarde van ruim 300.000 euro voor een omgebouwde 250 GTE is daarmee niet een goedkope manier om toch nog eigenaar van een 250 GTO te worden. Het is een verantwoord bedrag en een acceptabele manier om unieke auto’s in te kunnen zetten tijdens historische race-evenementen, zonder het risico te lopen een belangrijk stuk racehistorie onherstelbaar te verwoesten.