11-03-10 -
Spyker werkte voor de totstandkoming van de splinternieuwe Aileron intensief samen met de Britse firma Lotus. Onder meer de wielophanging en besturing werden aangepast door de tovenaars uit Hethel. Met positief resultaat.
Het moet een jaar of twaalf geleden zijn dat ik op CircuitPark Zandvoort werd aangesproken door een ietwat onzeker ogende jongeman. Of ik wist wie coureur Tom Coronel was, want met hem had hij afgesproken. Achter de man stond een grijze, lage sportwagen, die hij zelf in een onverwarmde schuur had gebouwd. De auto heette toen nog Silvestris, de jongeman was Maarten de Bruijn. Hij had de rouwranden nog onder zijn nagels en zag een beetje bleek omdat hij de hele nacht had doorgewerkt aan zijn prototype. Tom Coronel zou een proefrit in het vehikel maken en heeft dat later ook gedaan. Enkele maanden later ontmoette De Bruijn geldschieter Victor Muller. Die registreerde razendsnel de oude merknaam Spyker en de rest is geschiedenis.
DE VLIEGTUIGACHTIGE COCKPIT IS VAN EEN IMPONERENDE HEFTIGHEID
Juwelenkist op wielen
Toen ik Tom Coronel later nog eens vroeg hoe de Silvestris destijds reed, antwoordde hij: “waardeloos”. De Silvestris was duidelijk ontworpen op basis van stilistisch effectbejag, prachtige interieurmaterialen en pakkende details. Pas daarna ging De Bruijn kijken of het ook nog een beetje de bocht om wilde. Exact dat gevoel bekroop me keer op keer bij de Spykers die ik daarna heb gereden. Het leek opnieuw vaak een kwestie van eerst iets moois creëren en dan kijken of het wel goed rijdt. Juwelenkisten op wielen, met een niet al te voortreffelijke wegligging en soms ronduit instabiel aanvoelend bij hoge snelheden. Kortom: functie volgt vorm.
ImponeergedragMet dat vooroordeel benader ik ook de Aileron. De auto, die we ophalen bij de fabriek in Zeewolde, is een plaatje. Prachtig gemaakt, met zijn donkergrijze laklaag, verchroomde luchthappers en vleugeldeuren. Het interieur is helemaal overweldigend. De cockpit – een hier wel zeer toepasselijke benaming – is zelfs van een imponerende heftigheid die je nergens anders tegenkomt. Tussen kunst en kitsch, maar toch; de kleuren, de vele klassieke meters in Chronoswiss-stijl en de prachtige tuimelschakelaars geven je het gevoel dat je op het punt staat om op te stijgen. En dan te bedenken dat al deze meters, knoppen en aluminium details speciaal voor Spyker en in veel gevallen zelfs speciaal voor de Aileron zijn gemaakt. In dat licht bezien is een Spyker eigenlijk helemaal niet zo duur.
Starten doe je door een achter een kapje gemonteerde hoofdstroomschakelaar om te zetten en vervolgens de startknop in te drukken. De
Audi V8 slaat razendsnel aan en vult de fabriekshal met een sonore brom. Wanneer je met een knopdruk de vlinderkleppen in het uitlaatsysteem opent, zorgt dat zelfs bij stationaire toerentallen voor een staaltje auditief imponeergedrag dat de ramen doet resoneren. Even later draaien we de A28 op. We trappen het gaspedaal even kort in en de achtcilinder reageert alert. Ook begint de 1.425 kilo wegende auto steeds beter aan te voelen. De motor klinkt steeds donkerder naarmate de uitlaatbuizen warmer worden en de automaat schakelt feilloos en schokvrij.
DE MOTOR KLINKT STEEDS DONKERDER NAARMATE DE UITLAATBUIZEN WARMER WORDEN
Lotus-invloeden
Waar de Aileron aanvankelijk aanvoelt als de som der delen, is hij veel meer dan dat als hij eenmaal op bedrijfstemperatuur is. De losse elementen versmelten met elkaar en plotseling is het de geoliede machine die hij hoort te zijn. De wegligging is sportief maar comfortabel en in de feloranje stoelen zit je uitstekend. Grootste compliment verdient echter de besturing. Je krijgt redelijk veel feedback over wat er onder je gebeurt en de besturing is directer dan we hadden gedacht. Dat komt vooral door de hulp van Lotus. De Aileron deelt zijn stuurhuistechniek met die van de Lotus Evora. Op een klaverblad voelen we heel duidelijk dat de auto een langere wielbasis heeft dan een C8, maar de grip is extreem goed. Ook de balans is in orde en het onderstel is - opnieuw dankzij Lotus - aanmerkelijk communicatiever dan dat van zijn voorgangers.
Op de goede weg
Toch is de Aileron overduidelijk de GT van de familie. Waar sommige auto’s je permanent lijken uit te dagen en je opzwepen tot hoogst illegale snelheden, is de Aileron eerst en vooral een cruiser. Zijn donkerbruine uitlaatgeluid klinkt het mooist bij zo’n 3.000 toeren, terwijl de V8 boven de 5.000 toeren begint te razen en te brullen als een stoomtrein. Bovendien mist hij het rauwe vermogen om voor echte snelheidssensaties te zorgen. Met zijn 400 pk accelereert de Aileron binnen 4,5 seconden naar de 100 km/h en ligt de top op 300, maar hij voelt nou eenmaal niet zo snel aan. Bovendien moet je hard werken om deze prestaties aan de auto te ontlokken.
Niettemin is duidelijk dat de rijeigenschappen op het prioriteitenlijstje bijna op gelijke hoogte hebben gestaan met het uiterlijk. Een verrassende wending ten opzichte van eerdere modellen, waarmee Spyker dus ook wat het rijden zelf betreft op de goede weg lijkt.