10-08-09 -
Ergens in de fabriek zit een mannetje dag in, dag uit gaatjes te prikken in een voorgevormde kunststof plaat. Vijftienhonderd gaatjes, welgeteld. Daarna sluit hij op al die gaatjes een glasfiber slangetje aan, die naar een centrale lichtbron lopen. En dan? Dan is de sterrenhemel voor de Rolls-Royce Phantom Coupé klaar.
Sterrenhemel? Ja, sterrenhemel. Als de lampjes met een draaiknopje op vol vermogen worden gezet, kun je bij het lichtschijnsel de krant lezen (hebben we getest), maar ze kunnen ook in de zachte, romantische stand. Of helemaal uit. Kost wel iets extra trouwens, zo’n hemelbekleding. Negen mille ex. Maar who cares, op een aanschafbedrag van een (heel) ruime zes euroton.
HESSING: “HOE KORTER IEMAND MET EEN ROLLS PROEFRIJDT, HOE GROTER DE KANS IS DAT HIJ HEM NEEMT”
StelregelNatuurlijk hebben we ermee gereden, met de ‘dichte’ tweedeurs
Rolls-Royce, die na de vierdeurs, de verlengde versie daarvan en de cabriolet de vierde Phantom-variant vormt. Zo’n 350 kilometer stuurden we ermee; onnoemelijk veel meer dan een proefrit voor echte klanten duurt. Want die vormen een aparte breed, blijkt uit een opmerking van Paul van den Brul van Hessing: “Bij ons is de stelregel, dat hoe korter iemand met een Rolls proefrijdt, hoe groter de kans is dat hij hem neemt. De meeste mensen die in de markt zijn voor zo’n auto hoeven bij wijze van spreken alleen maar even de straat op en neer te rijden. Ze hebben hun besluit feitelijk allang genomen.”
Hogere orde
Klopt, en de vraag is bovendien: stel dat de persoon in kwestie terugkomt en hij vindt de auto niet lekker rijden, wat rest hem dan? Niksniemendal. Een Rolls is een Rolls, een hogere orde bestaat er niet. En zo kan het dus gebeuren dat een koper van een - noem eens wat – Mercedes A-klasse het liefst een weekeinde lang proefrijdt, terwijl de koper van een éénendertig keer zo prijzige Rolls aan vijf minuten genoeg heeft. Laten ook wij dus niet te veel woorden vuilmaken aan het rijden met de nieuwe Coupé.
ALSOF DE AUTO ZELF AL NIET GENOEG AANDACHT TREKT
Behoorlijk vlotHet enige dat u hoeft te weten is dat de auto onder auspiciën van de
BMW-techneuten straffer is afgeveerd dan de andere Phantoms. Want worden die vooral gezien als, zeg maar, Rolls-Royces - het equivalent van vliegende tapijten dus -, de Phantom Coupé is vooral een rijdersauto. Eentje waarmee je ook behoorlijk vlot, en vooral met jezelf achter het stuur, naar dat overheerlijke resort in Zwitserland of Zuid-Frankrijk kunt rijden.
Horizontaal
Niet dat de auto hard is afgeveerd, oh nee. Maar het accent ligt bij dit type wel meer op rijden dan op glijden. Waarbij moet worden aangetekend dat je nog altijd met een onnoemelijk lange, 2.500 kilogram wegende koets onderweg bent. Waarmee we maar willen zeggen dat je met de auto vooral heel hard (tot 250 km/h, 10 meer dan de Drophead) rechtuit kunt rijden. Andere aanpassingen ten opzichte van de open versie? Een iets dikker – maar nog steeds relatief dun – stuurwiel en nog grotere (21-inch) wielen, uiteraard met zo’n fraai RR-logo dat tijdens de rit keurig horizontaal blijft staan.
DIT IS ’S WERELDS MOOISTE INTERPRETATIE VAN HET THEMA GROTE, TWEEDEURS AUTO
Zonder resultaatU las het zojuist correct: de Coupé weegt ruim tweeënhalve ton. Nog iets meer dan de (langere en hogere) vierdeurs Phantom. Iets wat alles te maken heeft met het feit dat de Coupé is gebaseerd op de Drophead Coupé en dus ook alle extra verstevigingen van dat open slagschip meekrijgt. Niet zonder resultaat, want daardoor biedt de dichte Coupé, zo werd ons fijntjes medegedeeld, “de grootste stijfheid van alle producten van de
BMW-groep.”
Genoeg over het rijden.
‘Lady Penelope’
Afgezien van dat aangepaste onderstel en de sterrenhemel is er ten opzichte van de overige Phantoms niet zo veel nieuws onder de zon. De Coupé is gewoon ’s werelds mooiste interpretatie van het thema ‘grote, tweedeurs auto met aflopende daklijn’. Zeker in ultraspannend zwart met witte binnenbekleding is hij heel erg ‘Lady Penelope’.
Smaak
Tijdens de presentatie rees trouwens de vraag of de Phantom Coupé ook voorzien zou moeten worden van de roestvrijstalen motorkap en voorruitomlijsting, zoals die als optie op de Drophead verkrijgbaar zijn. Even afgezien van het feit dat uw smaak kan afwijken van de onze: laat die beslissing afhangen van de carrosseriekleur waarin u ‘m neemt. Bij de een staat het mooi(er), bij de ander niet. Wat u wel altijd moet bestellen, ook al zitten ze op een uiterst kwetsbare plek: de twee cameraatjes voorop de auto.
Gimmick van jewelste
U ziet de behuizing daarvan op de foto’s middenonder de grille zitten, dat hele kleine zwarte puntje. Ze kijken onder een hoek van 90 graden twee kanten op – links en rechts – en de beelden daarvan worden desgewenst geprojecteerd in het satnav-display. Net als de sterrenhemel een gimmick van jewelste! Waar dit extra paar ogen voor dient? Wel, de motorkap van de Rolls is zo verschrikkelijk lang dat je als bestuurder zo ongeveer een kruising moet óprijden om te kunnen zien of er verkeer aankomt. Maar met de camera’s kun je als het ware vanaf het
stuur veel eerder om het hoekje kijken.
Privacy-wetgeving
Overigens kan het zijn dat het ding, net als in Duitsland, verboden wordt vanwege de privacy-wetgeving. Maar dat maakt zo’n gadget alleen maar leuker.
Deze rij-impressie staat in CARROS Magazine 5 2008