10-02-09 -
Porsche riep ooit stoer nooit een dieselmotor in een auto aan te bieden, maar in de SUV Cayenne zit nu toch oliestook.
Dat is een verstandige zet van
Porsche, want in 77 procent van de ruim 1,1 miljoen SUV’s die in Europa worden verkocht, huist onder de motorkap een dieselmotor. En ook al claim je de meest sportieve SUV te maken met zelfs sportwagen-genen, het is oliedom om bij voorbaat ruim driekwart van de potentiële kopers van je model uit te sluiten.
Gelukkig verschijnt er nu dus toch een dieselmotor in de Cayenne en het is niet eens de eerste dieselmotor van de sportwagenbouwer.
Porsche bouwde van vlak na de oorlog tot in begin jaren zestig tractoren met dieselkrachtbronnen. In 1962 werd de hele tractorfabricage overgedaan aan
Renault en in 1963 rolde de laatste tractor met
Porsche erop uit de fabriek.
HET IS OLIEDOM OM BIJ VOORBAAT RUIM DRIEKWART VAN DE POTENTIËLE KOPERS VAN JE MODEL UIT TE SLUITEN
Minder ‘dieselig’De dieselmotor in de Cayenne is geen eigen
Porsche-motor of misschien moet je hem inmiddels wel zo noemen. De krachtbron stamt van VW/Audi, destijds nog partner en inmiddels dochteronderneming, want
Porsche is immers eigenaar van dat concern. Het gaat om de drieliter V6 turbodiesel, die door de
Porsche-ingenieurs wel even onder handen werd genomen. Het common rail-injectiesysteem werd verbeterd – een tot 1.800 bar verhoogde inspuitdruk en maximaal vijf inspuitingen per verbranding – en het akoestische karakter werd aangepast aan
Porsche-wensen.De machine klinkt nu minder ‘dieselig’, maar laat zich op toeren wel een beetje horen als een sportmotor. Hij levert 240 pk tussen de 4.000 en 4.400 toeren en kan zelfs tot 4.800 toeren worden doorgetrokken. Maar dit is niet erg zinvol, want zijn kracht ligt letterlijk bij lage toeren. Bij 2.000 toeren noteren we namelijk een maximum koppel van 550 Nm. Da’s bijna net zo veel als een 911 Turbo.
Sneller sprinten
Met de standaard zestraps ‘tiptronic’ automaat sprint de Cayenne Diesel dan ook sneller vanuit stilstand naar de 100 km/h dan zijn 50 pk sterke drieliter V6 benzinebroertje. Het kost maar 8,3 seconden, terwijl de benzineversie met automaat er tweetiende langer over doet. Qua topsnelheid legt de Cayenne Diesel dan wel het loodje.
Niettemin valt de diesel te prefereren, ook omdat je daar standaard meteen een automaat bij krijgt. Een handbak is niet leverbaar, vermoedelijk omdat die de krachten niet aankan en het is ook niet denkbeeldig dat je de koppeling ‘oprookt’ als je die per ongeluk laat slippen bij gasgeven. Vlotter of soepeler schakelen zit er trouwens met een handbak ook niet in en het comfort is zeer gediend met de automaat. Met de hele dieselaandrijflijn trouwens, want met door de lage toerentallen en het bullige karakter kun je zeer ontspannen en toch vlot onderweg zijn.
HET IS NIET DENKBEELDIG DAT JE DE KOPPELING ‘OPROOKT’ ALS JE DIE PER ONGELUK LAAT SLIPPEN BIJ GASGEVEN
Kwart zuiniger
Een ander voordeel van de dieselmotor is zijn bescheidener dorst en lagere CO2-uitstoot. In vergelijking met de drieliter benzineversie verbruikt de turbodiesel bijna een kwart minder. En het CO2-plaatje is met 244 g/km voor de turbodiesel ook aanzienlijk gunstiger dan de benzinemotor (310 g/km). Wie nog een laatste argument nodig heeft om voor de diesel te kiezen kan daardoor ook nog zeggen dat hij voor de goedkopere auto kiest. De Cayenne Diesel wordt minder hard getroffen door de slurptaks en is dus goedkoper dan de benzineversie: vanaf 86.499 euro.