18-08-08 -
Na een optioneel Works-pakket met 192 pk voor de Cooper S, is er nu dan de Mini John Cooper Works. Op het eerste gezicht zou gedacht kunnen worden dat het vrijwel dezelfde auto is. Niets is minder waar…
Je zou zelfs kunnen zeggen dat de Mini JCW een uitbreiding is van de M-serie van moederbedrijf
BMW. Technisch is dat misschien wat lastig te begrijpen, omdat de Cooper een voorwielaandrijver is en de
BMW M-modellen steevast achterwielaandrijvers zijn. Het is echter zo’n enorm goed rijijzertje dat bovengenoemde vergelijking automatisch opborrelt na een paar kilometer stevig doorrijden.
DE VOORWIELEN BIJTEN ZICH IN HET ASFALT EN SLEUREN DE MINI LICHT ONDERSTUURD DOOR DE BOCHT
Ziedend hard
Zowel op de openbare weg als op het circuit is de 211 pk sterke voorwielaandrijver niet van zijn stuk te krijgen. Zelfs, of eigenlijk juist met uitgeschakelde veiligheidsystemen en ziedend hard bochten rondend blijft er voldoende communicatie en vertrouwen voorhanden om steeds weer dáár de curve te verlaten waar dat vooraf gepland was.
Ploffen
We beginnen de rit op de bergwegen rond Palma de Mallorca, waar direct de historische overwinningen tijdens de Rally van Monte Carlo in de herinnering opkomen. Met alle veiligheidssystemen ingeschakeld is de Cooper Works rap, maar voelt wel wat geknepen aan. Het ESP laat namelijk geen buitensporige bochtensnelheden toe en knijpt de motor wanneer te vroeg gasgegeven wordt. Een druk op het knopje Sport zorgt voor minder stuurbekrachtiging, maar helaas niet voor meer gevoel. Daarnaast wordt ook het uitlaatgeluid wat luider en zijn regelmatig ploffen in het systeem te horen bij het loslaten van het gaspedaal. Fantastisch.
DE STANDAARD STOELEN ZITTEN PRIMA, MAAR NOG BETER IS HET OM VOOR DE RACY RECARO’S TE KIEZEN
Elektronisch sperdifferentieel
We gaan een stap verder en schakelen het elektronisch sperdifferentieel in. Opeens voelt de Mini een stuk sneller en accelereert hij ook feller. De 260 Nm koppel (280 Nm bij overboost) sleurt de Works op een opzwepende manier door het bochtige landschap. Het is nu ook geen probleem om de geclaimde acceleratietijd van 0 naar 100 km/h in 6,5 seconden te benaderen. Zonder in het motormanagement in te grijpen zorgt de elektronica er samen met het ABS-systeem namelijk voor dat de aandrijfkracht steeds optimaal over beide voorwielen verdeeld wordt. Het stuur danst zo nu en dan in de handen, maar dat verhoogt alleen maar het plezier.
Netjes schakelen
Na de hogesnelheidsrit door de bergen mogen we alles nog eens dunnetjes overdoen op het circuit. Alle elektronische spelbedervers gaan uit, en op het scherpst van de snede duiken we de eerste bochtencombinatie in. Daarbij houdt de Mini zich verrassend goed en ook bij plotseling gas los treden er geen overdreven reacties op. Sommigen zullen dat jammer vinden omdat met deze vorm van overstuur leuk gespeeld kan worden, maar veiliger is het wel. Er is nog altijd voldoende snelheid uit het onderstel te halen om ongekend veel plezier aan de dikste Mini te beleven. Op de gladde ondergrond van het circuit is het verschil tussen wel en geen elektronisch sperdifferentieel goed te voelen. De 17 voorwielen bijten zich in het asfalt en sleuren de Mini licht onderstuurd naar de buitenkant van de bocht. Daarbij geholpen door de 1,6 liter viercilinder met turbo die al vanaf 3.500 tpm goed bij de les is. Het is overigens wel een motor die op koppel gereden wordt, want de laatste 1.000 tpm brengen vrijwel geen extra snelheid meer. Netjes schakelen op de aangegeven momenten is dus het beste advies.
Racy Recaro’sHet zijn overigens niet alleen de prestaties en het rijgedrag waardoor de John Cooper Works tevreden stemt. Lichtmetalen 17-inch wielen, een dakspoiler, skirts rondom en flink wat extra koelopeningen geven de snelste Mini een sportief uiterlijk dat past bij een auto met deze prestaties. Ook na het instappen is nog steeds duidelijk dat dit een Mini is met veel meer mogelijkheden dan alleen vervoer van A naar B. Naast hemelbekleding in zwart en interieurdetails in pianolak zijn er andere verwijzingen naar de Works-afkomst. De standaard stoelen zitten op zich al prima en bieden voldoende steun, maar beter is het om voor de
racy Recaro’s te kiezen. Die maken het plaatje af en vormen ook nog een leuke knipoog naar het roemruchte raceverleden van Cooper.
‘Mini M’De 38.250 euro die Mini voor de John Cooper Works (de Clubman Works kost 40.550) vraagt is zeker geen spotprijs. Bedenk echter wel dat de Works één van de fijnst sturende auto’s in zijn klasse is. Een auto zoals
BMW die ook maakt om er vervolgens een M-label aan te hangen. Bij dergelijke doelgerichte plezierobjecten hoort u ons niet zeuren over de prijs.