advertentie
Home > Autotests > Aston Martin DBS
Aston Martin DBS - CARROS Autotest
advertentie
advertentie

ASTON MARTIN DBS

07-01-08 - Eerlijk is eerlijk: de eerste DBS die ik live voor het Chateau de Mercuès in Cahors zie staan, valt me heel even tegen. In het lichtgrijs metallic van de carrosserie ontdek ik naar mijn smaak te veel groeven, vouwen, spoilerwerk, uitklopperij… Ze zullen daar in Engeland toch niet de kant van Ferrari opgaan, bedenk ik me terwijl ik rond de DBS loop. Niks ten nadele van dat merk, begrijp me goed, maar historie en herkomst indachtig moet Aston Martin gevoelsmatig toch altijd een beetje een stiff upper lip-merk blijven. Dan, ineens, hoor ik beneden in het dal het gebulder van een aanstormende twaalfpitter. Luttele minuten later rijdt er een DBS het hek van het wijnchâteau annex kasteelhotel binnen. Een groene. Donkerder van tint dus. Decenter. Mooier.
Die avond vraag ik de ontwerper van de auto, Marek Reichman, naar zijn favoriete kleur voor de DBS. “Zilver. Maar met rood kan ik ook goed leven, want met die tinten komt het nieuwe lijnenspel zo mooi uit”, vertelt hij enthousiast. Bijna vertel ik hem mijn voorkeur voor donker, juist om datzelfde lijnenspel te verdoezelen. Laf als ik ben, slik ik mijn woorden in. Hij heeft al die groeven en vouwen in de carrosserie immers bedacht. En ik moet nog verder met hem, want voor de komende tijd heeft Aston Martin aardig wat nieuws in de pijplijn. Bovendien, bedenk ik me later, laten die aanpassingen wél zien waar het extra geld heen gaat.

ALS IK ROND DE DBS LOOP, DENK IK: ZE ZULLEN TOCH NIET DE KANT VAN FERRARI OPGAAN?

Woesteling
De Aston Martin DBS is, vul zelf maar in, de top-DB9, de 'brug' tussen de DB9 en de DBR9-raceversie, de voorlopige opvolger voor degene die vroeger een Vanquish zou hebben gekocht. Voorlopige, want volgens Reichman mogen we de DBS niet als Vanquish-opvolger zien. In vergelijking met de Vanquish opereert de DBS namelijk zijdezacht, terwijl hij dankzij zijn lagere gewicht en magnifieke onderstel een half minuutje minder over een rondje Nürburgring doet. Dus, zo vermoed ik, komt er nog een woesteling aan, met een pk of zeshonderd. Iets waar Reichman niets over loslaat.
Tot het zover is, is de DBS in elk geval het maximaal haalbare bij Aston Martin. En dat is niet mis, gezien zijn zesliter V12 met 517 pk en koppel van 570 Nm. Daarmee blijft de auto op papier overigens in de schaduw staan van die ándere nieuwe, Britse icoon: de Bentley Continental GT Speed. De Speed is eveneens uitgerust met een zesliter twaalfcilinder motor, alleen dan goed voor 610 pk en 750 Nm. Maar wie bij het zien van deze cijfers meteen voor de Bentley opteert, walst met (te) grote stappen over een paar tamelijk belangwekkende feiten heen.
‘Look and feel’
Om te beginnen heeft de Bentley vierwielaandrijving en de Aston Martin achterwielaandrijving. Bovendien weegt de Continental GT Speed 2.350 kilogram, zevenhonderd kilo méér dan de DBS. Terwijl de GT Speed een top van 326 km/h en een standaardsprint van 4,5 seconde laat noteren, de in verhouding vederlichte DBS stelt daar 320 km/h en 4,3 seconde tegenover. In vaktermen: elke pk in de Bentley moet 3,9 kilogram gewicht meetorsen, terwijl die verhouding bij de Aston Martin op 1:3,3 ligt. Hoe Aston Martin het 'm flikte, een V12 bouwen die slechts 1.695 kilogram weegt? Materiaalkeuze. Motorkap, achterklep, deuren en delen van het interieur zijn in carbon uitgevoerd, onderhuids is de constructie uit aluminium opgetrokken en de schijfremmen zijn van keramisch materiaal.

DE DBS ‘DOET’ DE NÜRBURGRING EEN HALF MINUUTJE SNELLER DAN DE VANQUISH

Spontaan en goedlachs
Op een ander vlak zijn de verschillen tussen DBS en GT Speed – die wel in dezelfde prijsrange zitten – een flink stuk groter. Hun look and feel zogezegd. De DBS is een afgetrainde tweezits sportwagen (stoelen achterin ontbreken geheel), die al zijn power via een handgeschakelde zesbak naar achteren transporteert. Dat maakt hem buitengewoon spectaculair om te rijden. Bentley's GT Speed daarentegen is theoretisch een vierzits groottoerist met hoogpolig tapijt, bérgen vermogen, automatische transmissie, vierwielaandrijving en alle denkbare comfortverhogende zaken aan boord. En dan speelt er nog iets heel anders mee. De Aston is een eigenzinnige Brit, terwijl de Bentley in afwerking niet verloochent van Duitschen Bloed te zijn. Met andere woorden: de DBS is spontaan en goedlachs, de GT Speed voorkomend en vooral héél erg perfect. Beoordeel zelf welk karakter het beste bij u past en u weet welke u moet kiezen.
Tweeslachtigheid
Rijden met de DBS is geweldig. Een factor waaraan het soms oorverdovende motorgebulder overigens nadrukkelijk bijdraagt. In dit opzicht is de auto wel ietwat tweeslachtig. Want tot om en nabij de 3.500 toeren gedraagt de Aston zich als een keurig, welopgevoed heerschap met Eton-opleiding: in theorie kan grootmoeder er de boodschappen mee doen. Wie méér wil en in die sfeer handelt, ontdekt echter al snel het tweede gezicht van de auto, want boven genoemd toerental wordt de DBS in álle opzichten een furie. Er openen zich wat kleppen in het uitlaatsysteem, ál het vermogen komt op de achterste 20-inchers te staan en hij gáát… onvoorstelbaar. In dit opzicht brengt de DBS zijn berijder in eenzelfde euforische stemming als een Ferrari, die ook zo'n tweeslachtige motorkarakteristiek heeft.

TOT 3.500 TOEREN GEDRAAGT DE ASTON ZICH ALS EEN HEERSCHAP MET ETON-OPLEIDING.

Himalaya
In geen enkel opzicht doen het rijgedrag en -gemak van de auto nog denken aan de Astons van vroeger, die weliswaar verschrikkelijk mooi waren, maar die qua bedieningsgemak op het level van een Scania-Vabis zaten. De DBS daarentegen rijdt super. In alle opzichten. En dan die remmen! De gewichtsbesparing van 12,5 kilogram die de montage van keramische schijven met zich meebracht, was een prettige bijkomstigheid, niet meer dan dat. De belangrijkste reden om de DBS als eerste Aston Martin standaard van deze remmen te voorzien was het uitbannen van fading. Zelfs al kom je permanent remmend de Himalaya af, de werking wordt – in tegenstelling tot bij normale, stalen schijven – nooit minder.
Lekker laten gaan
Wel een optie, overigens zonder al teveel bijbetaling, is de plaatsing van lichtgewicht stoelen in plaats van de standaard exemplaren. Scheelt ook weer een kilo of twintig. Maar dan zitten er géén zijairbags in de leuningen. Een andere vraag is of u de komst van een sequentiële ZF-transmissie, ergens volgend jaar, moet afwachten. Hiermee kan, net als in de DB9, met behulp van peddels aan het stuur geschakeld worden. Lekker laten gaan, wat mij betreft. Om dat de handbak a) heerlijk schakelt, b) veertig kilogram minder weegt en c) er nu al is.
En wachten op de DBS wil je niet, toch?
De rij-impressie van de Aston Martin DBS staat in CARROS 8/2007
Aston Martin DBS - CARROS Autotest
Aston Martin DBS - CARROS Autotest
Toevoegen aan account:
Toevoegen aan: Del.icio.us Toevoegen aan: StumbleUpon Toevoegen aan: Yahoo Toevoegen aan: Google Toevoegen aan: Facebook Toevoegen aan: Twitter
Dit is een bericht van carros.nl
Geschreven door: Carlo Brantsen
::
Guldens
CARROS - COLUMNS
CARROS - SPECIALS
CARROS - PRIJSVRAGEN
Suzuki
CARROS - AUTOMERKEN
Nieuwe vleugel verdeelt F1-wereld
CARROS - AUTONIEUWS
Ascari Ecosse
CARROS - RIJ-IMPRESSIES
Steeds meer CARROS iPad apps
CARROS - REPORTAGES
Copyright © 1996 - 2009 CARROS Magazine. Alle Rechten voorbehouden. Disclaimer